U bent hier: Home / Nieuws / Krimp biedt kansen

Krimp biedt kansen

Voor onze Thuishuizen is krimp juist een kans legt Pouwla Hellinga uit aan magazine BBMP.

In gebieden waar weinig geconcentreerde vraag is, is het voor een grotere organisatie niet interessant om te investeren. Voor de kleine, meewerkende ondernemer kan het veel sneller uit. De Thuishuizen zijn zo succesvol omdat de onderneemster zo dicht bij de gemeenschap staat. De vertrouwdheid is groot, de lijnen zijn kort. Iedereen kent elkaar en als er een probleem is kan flexibel worden meegedacht in een oplossing.

Nog een voordeel van de korte lijnen is dat er snel naar samenwerking wordt gezocht. Met het onderwijs en bijvoorbeeld ook in een woonzorgcentrum. We hebben er twee: in Makkum en in Joure. De kinderopvang huurt accommodatie van het zorgcentrum. Dat biedt voor beiden voordeel. En als je dicht op elkaar zit, ontstaat de samenwerking vanzelf. Er worden samen koekjes gebakken, de kinderen bezoeken de ouderen en de “oma’s” lezen voor.  Zo ontstaat er een vanzelfsprekende leefomgeving voor jong en oud. 

In Adorp dreigde de school te moeten sluiten. Adorp – pal boven Groningen – heeft 550 inwoners in de dorpskern en nog zo’n 300 in het buitengebied. Maar nu staat er een kindcentrum. Mede dankzij Saskia van Heuvelen van Thuishuis Klein is fijn.

Het verhaal dat Saskia vertelt is een typisch voorbeeld van de kansen die krimp biedt. Ze begon in Adorp als gastouder en toen de mogelijkheid zich voordeed – een nieuwbouwhuis waar in de aanbouw de opvang kon worden gevestigd – ging ze verder als klein kinderdagverblijf. Ze werkte er met een verticale groep en had plaats voor zes kinderen.

Saskia van Heuvelen: ‘Toen kwam het bericht dat de school zou moeten sluiten. Ik merkte het meteen aan de aanmeldingen. Er werden geen baby’s meer geboren en er kwamen ook geen nieuwe jonge bewoners meer in het dorp. De mensen hadden er geen vertrouwen in de dat school zou blijven bestaan. Die dip werkt nog steeds door.

De dorpelingen kwamen in beweging om de school te redden. De schoolleiding, ouders en dorpsbewoners kozen voor een kindcentrum dat behalve onderwijs ook voor- en naschoolse opvang zou moeten verzorgen. Daarmee zou het kindcentrum ook aantrekkelijk kunnen worden voor bewoners uit andere dorpen of de buitenwijken van de stad Groningen.

Aanvankelijk zijn er gesprekken geweest met de kinderopvangorganisatie die in het dorp de bso verzorgde en met Saskia. Veel ouders kenden mij van het Thuishuis en wilden graag dat ik ook de bso zou gaan verzorgen. Voor school werkte het ook het beste om met 1 partij samen te werken. Ook paste het kleinschalige en betrokken karakter van mijn bedrijf beter bij het dorp. Het was voor mij een sprong in het diepe, maar ik vond het een mooie uitdaging. Vooral ook omdat ik helemaal achter de gedachte van het integraal kindcentrum sta. Aan het begin van vorig schooljaar heb ik de dagopvang met 6 kindjes verhuisd naar een leeg lokaal van de school. In de dagopvang hebben we plek voor 16 kinderen in een verticale groep. De bso heeft ruimte op de zolder waar 20 kinderen opgevangen kunnen worden. De bso-medewerkster die vanuit een ander organisatie de bso deed, is bij mij in dienst gekomen.

We kunnen ons met recht een integraal kindcentrum noemen. Formeel zijn school en Thuishuis aparte organisaties, maar de samenwerking is intensief en vanzelfsprekend. In de voorbereiding hebben we hard gewerkt aan een gezamenlijk pedagogische cirkel. En dat is nog steeds in ontwikkeling. We vormen echt één team, de lijnen zijn kort. Daardoor is het heel makkelijk om de samenwerking te verdiepen. Zo hebben we de peuteropvang geïntegreerd in de dagopvang, werken samen met de kleutergroep van de basisschool en bespreken we de observatie methodes met elkaar waardoor er een doorgaande ontwikkelingslijn is. Inmiddels worden er weer meer baby’s geboren in het dorp en komen er weer jonge mensen in het dorp wonen.

Wat mij het meest enthousiast maakt? Ik vind het geweldig om te zien hoe de grote en kleine kinderen samen optrekken. De kinderen kennen elkaar allemaal, als een peuter iets nog niet goed durft, krijgt hij een handje van een groter kind. Vaak komen de kinderen uit de bovenbouw tussen de middag even binnenlopen. “Mogen we even hier zijn?”, vragen ze dan. Ze helpen met een hapje of een flesje of lezen de peuters een boekje voor. Dat vind ik mooi, de saamhorigheid en het respect leren hebben voor elkaar.’

Benieuwd naar het complete artikel? Lees verder>>

Bron: Magazine BBMP nr 1 2018

Deel op